Teksten daterend uit de 18de eeuw, vermelden reeds zijn talrijke kwaliteiten van beschermer, die zeer geapprecieerd werden door de schaapherders, zij verkozen meestal honden met een heldere vacht om ze beter te onderscheiden van de wolven. De eerste afbeelding van een Picardische herdershond dateert uit de 19de eeuw en verschijnt op een tafereel, dat thans nog te zien is in de Bergerie Nationale te Rambouillet.

De Picardische herdershond heeft vele jaren nodig gehad om zich als een volwaardige rashond te laten gelden. Men moest zelfs tot in 1922 wachten opdat er eindelijk een officieel standaard van het ras zou opgesteld worden. Maar de kynologen, onder andere de verantwoordelijken van de Franse Club voor herdershonden, zullen blijven weigeren hem in acht te nemen. Tussen de twee oorlogen, blijft het ras dus vegeteren en wordt alleen door enkele hardnekkige liefhebbers verdedigd.Na de tweede Wereldoorlog zal het ras gelukkig een wedergeboorte kennen vanuit de mooiste in Picardië teruggevonden exemplaren, het ras wordt gestabiliseerd en de standaard wordt uiteindelijk officieel erkend. Heden is de Picardische herdershond ongetwijfeld het onderwerp van een zekere voorliefde.

In België wordt de rasclub “BELGISCHE CLUB VAN DE PICARDISCHE HERDERSHOND vzw” op 19 oktober 1985 onder het nr. 835, bij de Koninklijke Maatschappij St.Hubertus, geboren en hij telt heden zowat 100 leden. Hij organiseert jaarlijks onder andere een “ras speciale” tentoonstelling waar vele geestdriftige liefhebbers van de Picardische herdershond verzamelen.

De picardische herder

Twee mooie gespitste oren, lange, harde en ruige vacht, die varieert van zwart grijs tot helder blond, een sportief uiterlijk...

 

De Picardische herdershond heeft van zijn verre voorouders een buitengewoon rustiek uitzicht bewaard en wint heden een steeds talrijker publiek voor zich. Hij werd nochtans lang, te lang, miskend door de specialisten, die in hem alleen een bastaard zagen. Hij dreigde meermaals te verdwijnen. De Franse kynologie zou in dat geval één van haar intelligentste vertegenwoordigers verloren hebben.

 

 

Zijn geschiedenis

 

CoZoals de meeste herdershonden, stamt de Picardische herdershond af van Keltische honden die rond de 4de eeuw na Christus in onze streken zijn verschenen. Vooral geselecteerd om het toezicht op de schaapskudden te verzekeren, was hij oorspronkelijk kleiner, meer gedrongen en had een half lange en zeer waterdichte vacht. Het ging in feite om een zeer goed geadapteerde hond aan zijn streek, het noorden van Frankrijk, Picardië, de bakermat van het ras, een streek waar het vaak regent.

Rasbeschrijving FCI (via picardische herdershonden club Nederland)

 

VERTALING : Mw. Jos Dekker, 02-05-2010.

 

ORIGINE : Frankrijk.

 

GEBRUIK : Herder en waker.

 

KLASSIFICATIE F.C.I. : Groep 1 Herders en veedrijvers (m.u.v. de Zwitserse Veedrijvende honden).

Sectie 1 Herdershonden.

Met werkproef

 

KORT HISTORISCH OVERZICHT :

De Picardische herder zijn oorsprong is heel oud. Uiteraard is het niet duidelijk of de Picardische Herder zijn oorsprong beperkt tot Picardië: het is mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat het gebied een stuk groter is. Ruwharige herders en veedrijvers zijn typisch voor heel Noordwest-Europa.

In 1863 werden de eerste Picards op de tentoonstelling gekeurd in dezelfde klas als de Beauçerons en de Briards.

In 1898 was men overtuigd dat het een Picardisch ras was.

In 1922 werd de eerste standaard opgesteld door Paul Megnin. Het ras werd definitief erkend in 1925.

Tot de Tweede Wereldoorlog werd her ras wat verwaarloosd daarna trok het liefhebbers die in Picardië op zoek gingen naar de meest typische exemplaren voor de fok.

Na vele jaren, waarin de Rasvereniging moeite heeft om erkenning te krijgen, richtte de heer Robert Moutenot, een prominent kynoloog, in 1955 de club “Les Amis Du Berger Picard” op. De club wordt definitief erkend in 1959 en een nieuwe rasstandaard, goedgekeurd door de S.C.C in 1964.

De huidige standaard is opgesteld door Dhr. J.C. Larive, voorzitter van de vereniging en zijn commissie met behulp van Dhr. R. Triquet.

 

ALGEMEEN BEELD :

De Picardische Herder is een middelgrote hond. Hij is sterk, rustiek, goed gespierd en gebouwd, zonder plompheid. Hij is zeer elegant zowel in stand als beweging. Zijn levendige en alerte expressie worden gekarakteriseerd door zijn griffonachtig uiterlijk.

 

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN :

De Picardische Herder is een middelgrootte hond. De lengte van het boegpunt tot het zitbeen is iets langer dan de schofthoogte (de lengte is 5 á 8% langer dan de hoogte) teven zijn over het algemeen iets langer dan de reuen.

De schedel en voorsnuit zijn gelijk van lengte.

De afstand van elleboog tot de grond is gelijk aan de helft van de schofthoogte.

 

GEDRAG / KARAKTER :

De Picardische Herder is een evenwichtige hond. Hij is noch agressief noch timide noch angstig. Hij moet zowel wijs als moedig zijn. Dit maakt hem mogelijk zijn werk als waker en hoeder van de kudde met gemak te doen, hij is ook een zeer goede bewaker van het huis, een uitstekende gezinshond en kindervriend.

 

HOOFD:

Zonder massief te zijn in goede verhouding tot zijn grootte. Fijn besneden, zonder de indruk te wekken puntig te zijn. In profiel de schedel en voorsnuit parallel. Het type wordt gegeven door het griffonachtige uiterlijk, dat wil zeggen goed aangegeven wenkbrauwen (ongeveer 4 centimeter dat de ogen niet mag bedekken), baard en snor.

Schedel : Van voor gezien niet plat maar licht gebogen met een lichte middengroef. De stop is iets aanwezig en in het midden van de achterhoofdsknobbel en neuspunt.

 

VOORSNUIT GEDEELTE :

Neus : Goed ontwikkeld. Altijd zwart. Neusgaten goed open.

Voorsnuit : Krachtig en niet te lang. Niet eindigend in een punt. De neusrug is recht. Lichte snor en baard aanwezig.

Wangen : Vertonen een zekere ronding.

Lippen : Droog en goed aangesloten.

Kaken/Gebit : De kaken krachtig. De beet is scharend. Het gebit moet volledig zijn.

Ogen : Horizontaal, middelgroot, ovaal, niet prominent. Donker van kleur (de kleur kan wat lichter of donkerder zijn afhankelijk van de vachtkleur maar nooit lichter dan hazelnootkleurig).

Oren : Middelgroot, breed aan de basis, hoog aangezet, van nature rechtop staand, de oortoppen licht gerond.

Afwijkende dracht wordt getolereerd maar niet gewenst.

 

HALS :

Sterk en gespierd, van goede lengte, goed uit de schouders komend, voor een trots gedragen hoofd.

 

LICHAAM :

Bot stevig zonder overdrijving en de spieren droog.

Borst : Diep, maar niet tot onder de ellebogen. De correcte omtrek direct achter de elleboog gemeten, overschrijdt de schofthoogte met 1/5. Het bovenste gedeelte van de ribben zijn goed gewelfd waarna ze geleidelijk afvlakken richting borstbeen.

Rug : Recht.

Lendenen : Stevig.

Croupe : Iets schuin geleidelijk overgaand in de bil.

Onderbelijning : Licht opgetrokken.

 

STAART :

Lang. In rust tot aan de hak reikend en met een lichte kromming aan het uiteinde. In actie, komt de staart iets omhoog zonder over de rug te worden gedragen. De beharing aan de staart even lang als op het lichaam.

 

LEDEMATEN

 

VOORHAND : Goed recht van voor en opzij gezien.

Schouders : Lang en schuin.

Ellebogen : Goed aangesloten.

Bovenarm : Recht en goed gespierd.

Middenhand (Pols) : Licht hellend van opzij.

Voeten : Rond, kort en compact.

ACHTERHAND : Goed parallel van achteren en goed recht van opzij.

Dij : Lang en goed gespierd.

Knie (stevig) : Sterk gehoekt.

Spronggewricht : Matig gehoekt, te nauw noch te wijd.

Hak : Recht op de grond.

Voeten: Rond, kort en compact. Geen wolfsklauw of extra tenen. Zolen stevig. Donker gekleurde nagels.

 

GANGWERK :

Soepel en vrij, geeft de indruk van elegantie en moeiteloosheid. Gemiddeld uitgrijpend voor, de benen goed parallel.

 

VACHT

 

HAAR : Hard, halflang. Het moet knisperen tussen de vingers. Ongeveer 5-6 centimeter lang over het gehele lichaam inclusief de staart. De ondervacht fijn en dicht.

KLEUR : Fauve, fauve charbonné, gestroomd, grijstinten meestal donker. Geen grote witte aftekeningen (een kleine witte vlek op de borst en de punten van de tenen is toegestaan).

 

GROOTTE EN GEWICHT :

Schofthoogte : met een tolerantie van 1 cm naar boven en beneden.

Reuen 60 tot 65 cm

Teven 55 tot 60 cm.

 

FOUTEN:

Elke afwijking van het voorgaande moet worden gezien als een fout en de zwaarte ervan moet in verhouding staan tot de ernst en het effect daarvan op de gezondheid en het welzijn van de hond.

 

ERNSTIGE FOUTEN:

Missen van elementen anders dan PM4 in de onderkaak (PM 1 niet in aanmerking genomen).

Omgekeerd scharend mits de snijtanden elkaar raken.

Zeer lichte ogen.

Staart over de rug gekruld of te kort.

Haar neiging tot krullen. Haar te vlak, korter dan 4 cm of langer 7 cm. Beharing zacht of wollig.

Belangrijke beenfouten: met name gebrekkige achterhand, buitensporige franse stand, koehakkigheid.

 

DISKWALIFICERENDE FOUTEN :

Agressief of schuw.

Gebrek aan type.

Boven- of ondervoorbijten zonder dat de snijtanden elkaar raken.

Ontbreken van 2 PM4 of meer dan 2 elementen anders dan PM4 (PM1’s niet in aanmerking genomen).

Blauwe ogen of te licht neigend naar geel.

Niet van nature staande oren.

Staart: kort of afwezig.

Kleur: zwart, wit, harlekijn, bont; te veel wit op de borst, volledig witte voeten.

Wit, witte aftekeningen anders dan aangegeven.

Grootte buiten de standaardgrenzen (met inbegrip van de tolerantie). Afmetingen van 67 voor reuen en 62 voor teven wordt getolereerd alleen voor dieren van hoge kwaliteit.

 

Elke hond die duidelijke fysieke- of gedragsabnormaliteiten vertoont zal worden gediskwalificeerd.

N.B.: Reuen dienen twee duidelijke volledig in het scrotum ingedaalde normale testikels te hebben.